Het pand met de naam “Bennoheim” is ontstaan toen de heer Benno Tiefenthal overleed en zijn echtgenote ter nagedachtenis aan hem dit pand liet bouwen. Het woord “heim” is Duits voor ‘tehuis’. Benno’s tehuis dus, in 1907 gebouwd door Eduard Cuypers (1859-1927). Eduard Cuypers ontving zijn architecten-opleiding van zijn oom, P.J.H. Cuypers, de architect van het Rijksmuseum en het Centraal Station in Amsterdam. Hij had uitstekende contacten met het bedrijfsleven en dat leidde tot opdrachten voor kantoren, winkelpanden, villa’s en woonhuizen, zoals “Bennoheim”. Het bureau van Eduard Cuypers wordt gezien als de bakermat van de Amsterdamse school. Het pand werd aanvankelijk gebouwd als vakantieoord voor het kantoorpersoneel van de firma van Tiefenthal uit Amsterdam maar veranderende tijden (toen al) hadden het midden jaren ’20 van de vorige eeuw doen leegstaan. Het bestuur van “Ons Huis” nam op 13 mei 1925 om half 4 ‘s-middags officiëel het pand over en weer in gebruik als vakantiekolonie. Bij de feestelijke opening was o.a. Dr.Gerke en Dhr. Kranenburg van Amsterdam, de voorzitter van “Ons Huis”. Laatstgenoemde lichtte het doel van de vereniging toe: “Het brengen van een geestelijke beschaving en het brengen van de mensen tot de natuur. Er waren reeds twee vakantieoorden in Ede en in Lunteren maar die waren voor de jongeren. Met “Bennoheim” kunnen nu ook de grotere gezinnen de stadslucht verwisselen voor de frisse lucht van buiten. De grotere gezinnen hebben het vaak financiëel niet breed en het bestuur van “Ons Dorp” keek al langere tijd uit naar geschikte panden maar die groeiden niet aan de bomen.”, aldus Dhr. Kranenburg. Het pand had een directrice die per seizoen werd benoemd door de Stichting Bennoheim. In totaal konden er 7 vakantievierende gezinnen in worden gehuisvest. Voor iedere zitkamer was een mooie waranda vanwaar men een prachtig uitzicht had op de Zandvoortse duinen. U begrijpt, de omgeving van “Benneheim” was destijds nog ongerept duingebied met een prachtig uitzicht op de vrije natuur. De huurprijs bedroeg per week 15 gulden. Een jaar later bloeide de Stichting Bennoheim weer en er werden regelmatig gezellige bijeenkomsten gehouden, die ook toegankelijk waren voor de Zandvoortse ingezetenen. “Om de jeugd van de straat te houden”, zo vermeldt een verslag van de gemeenteraad. De weduwe Tiefenthal verkeerde regelmatig in Zandvoort, zij had een voorkeur voor het hotel “Beau Site” waar zij regelmatig stond ingeschreven, samen met ene mejuffrouw E. Tiefenthal uit Keulen. Toen Dhr. Benno Tiefenthal nog leefde, kwam de familie regelmatig over uit Amsterdam en verbleef dan in hotel Riva. Verder hebben we ook nog een P. Tiefenthal en een S. Tiefenthal gevonden, beiden eveneens uit Keulen. Als laatste wil ik graag noemen het jaartal 1913, toen kwam een weduwe N. Tiefenthal uit Marienbad-Heimdall op bezoek in Zandvoort en verbleef toen in het Groot-Badhuis. De naam Tiefenthal is nou niet bepaald een gangbare naam en we vermoeden dan ook heel sterk dat allen familie van elkaar waren. Tijdens de oorlog werd het pand door de bezetter gebruikt om er Georgiers in onder te brengen. Deze Wit-russen in Duitse krijgsmacht visten met handgranaten, zo is mij verteld. Begin jaren ’70 was er nogal wat achterstallig onderhoudt en het pand werd te koop aangeboden aan de gemeente om het op te knappen en weer terug te verhuren. Daarover ontstond bijna een kleine crisis in de gemeenteraad. In 1992 is het pand tegen de vlakte gegaan. Het was toen al diverse malen gekraakt. Herstel bleek te kostbaar en er was inmiddels een ander plan, het huidige “Bennoheim” waarmee de naam, bedacht door de weduw Tiefenthal, bewaard bleef. (© Cor Draijer)

