Dodemansdel
Volgens overlevering zou deze ‘del’ (= laagte tussen de duinen) gelegen hebben achter de oudst bekende Vuurboet (ook wel Vierboet of Vuurbaken genoemd). Dit baken stond op een hoog duin ten zuiden van de strandweg. Achter dit duin was een del waar de aangespoelde lijken van verdronken zeelieden werden begraven. Deze lijken mochten niet worden begraven in de gewijde grond rond de kerk (de tegenwoordige hervormde kerk was tot aan de Reformatie een katholieke kerk met daaromheen een begraafplaats). In die tijd was het voorschrift dat degene die een aangespoeld lijk vond, zelf dat lijk ter plaatse op het strand moest begraven. Niet iedereen deed dat echter even zorgvuldig. Als het maar niet zichtbaar was, vond men het al voldoende. Het gevolg daarvan was dat bij hoge vloed of een wat langdurige stuifwind, het graf weer bloot kwam te liggen en het lijk, soms meerdere keren achtereen, opnieuw begraven moest worden. Er kwam toen een verordening dat begraven op het strand niet meer mocht en dat daarvoor een bepaalde del werd aangewezen. Aangenomen mag worden dat vanaf de Reformatie het begraven van de aangespoelde lijken plaatsvond op de daarvoor ook voor de Zandvoortse burgers aangewezen begraafplaats.
