Verbindingsstraat tussen de Hogeweg en de Brederodestraat.
Vóór de aanleg van de Hogeweg in 1826 liep er vanaf het Kerkplein een pad in zuidelijke richting, dat zich na een paar honderd meter samenvoegde met een pad dat uit de Zuidbuurt kwam. Dit gezamenlijk pad – niet meer dan een karrenspoor dat uitliep in de duinen – werd in de volksmond de Paradijsweg genoemd. Deze naam was ontstaan omdat je, als je ongeveer 3 kilometer in zuid-oostelijke richting het pad volgde, bij een mooie, grote duinvallei kwam die de naam Paradijsveld droeg. Hier stond al sinds 1800 een duinboerderij met ongeveer 3 bunder (= 3 hectaren) wei- en bouwland. Toen in 1851-1853 de duinwaterleiding voor Amsterdam werd aangelegd, begon het duin als gevolg van de steeds lager wordende waterstand te verdrogen en werd het steeds moeilijker gras te verkrijgen voor een goede exploitatie van een boerenbedrijf. De boerderij raakte in verval en werd gesloopt. Op dezelfde plaats werd een jachtopzichterswoning gebouwd die tot 1930 als zodanig heeft dienstgedaan en toen ook is afgebroken. Van het vroegere Paradijsveld in de Amsterdamse Waterleidingduinen is niets meer terug te vinden. Het is rond 1955 opgenomen in het toen aangelegde infiltratiegebied en niet meer toegankelijk voor publiek.

