(1925-1948) H. van Alphen
Henri van Alphen, geboren 28-12-1881 te Arnhem en overleden 05-06-1966 te Haarlem, was van 15-10-1925 tot 31-01-1948 burgemeester van Zandvoort. Hij was een bekwaam bestuurder die door zijn rijzige en aristocratische gestalte al snel respect en waardering bij de bevolking afdwong. Door zijn afstandelijkheid is hij echter nooit zo populair geworden als zijn voorganger Burgemeester Beeckman. Maar hij was er dan ook de man niet naar om daarnaar te streven.
Onder zijn bekwame leiding kwamen in Zandvoort belangrijke vernieuwingen en verbeteringen tot stand, zoals:
· de ordening van de strandbedrijven voor het zomertijdvak. Dit hield in dat de los op het strand staande consumptietenten van zeildoek allemaal van hout moesten worden en een vaste standplaats aan de voet van de duinreep kregen;
· de verplichting voor de badinrichtingen om hun badkoetsen in een vaste rechthoekopstelling (carré) langs de duinreep te plaatsen, waardoor het af- en aanrijden van de koetsen naar zee verviel;
· de bouw door de gemeente zelf van een fraaie moderne stenen badinrichting aan het zuiderstrand, half in de duinreep – het Zuiderbad – die in 1933 werd geopend;
· de verbreding van de noordboulevards De Favauge en Barnaart in 1930 tot een prachtige 26 meter brede promenade met een dubbele rijweg;
· de versnelde elektrificatie van de spoorlijn in 1935;
· het aanleggen van nieuwe sportvelden en het fuseren van de twee Zandvoortse voetbalverenigingen Zandvoort en De Zeemeeuwen tot één vereniging met de naam Zandvoortmeeuwen. Deze fusie kwam tot stand op 1 augustus 1941.
Op 17 november 1942 werd burgemeester Van Alphen door de Duitse bezetter van zijn ambt ontheven en werd de NSB-burgemeester van Bloemendaal, J.W. Zigeler ook als burgemeester van Zandvoort aangewezen.
Van Alphen verliet Zandvoort en vestigde zich voorlopig in Velp, Gelderland. Hij hield nauw contact met zijn vertrouwensambtenaren die, in het inmiddels grotendeels geëvacueerde en afgebroken Zandvoort, in functie waren gebleven. Ook in het laatste oorlogsjaar, toen er door de spoorwegstaking geen treinen meer reden en geen telefoonverkeer mogelijk was, onderhield hij die contacten. Hij kwam meerdere malen op de fiets naar het westen om met name met de door hem aangezochte architect en stedenbouwkundige ir. G. Friedhoff te overleggen over het herstel van Zandvoort na de oorlog. Direct na het einde van de oorlog kwam hij in zijn oude functie terug en zette zich met grote daadkracht in voor een snelle aanpak van de wederopbouw van Zandvoort. Op verzoek van de commissaris van de Koningin in Noord-Holland bleef hij ook na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd in 1946 nog enige tijd in functie. Hij ging pas op 29 januari 1948 met pensioen, waarna hij zich vestigde in Bergen, Noord-Holland.

