Beltweg (tot 1930)
Deze weg liep vanaf de Kostverlorenstraat over de spoorbaan, langs de Algemene Begraafplaats naar de toenmalige gemeentelijke vuilstortplaats (de Belt) en de uitlozingsbassins van de riolering, in de volksmond de ‘modderkommen’ genoemd. In 1930 is de naam Beltweg gewijzigd in Noorderduinweg en vervolgens in 1962 in Sophiaweg.
Een reinigingsdienst die zoals tegenwoordig langs de huizen het vuilnis ophaalt, kende men vroeger niet. Wel waren er al vaste plaatsen waar de burgers hun vuilnis moesten brengen. In 1790 waren er vier van zulke plaatsen, te weten: 1 op de Zuidwerve; 2 op de Werve; 3 op een plaats door vier palen aangeduid ten noorden van het dorp, en 4 ten noordoosten van de palen geplaatst achter de roomse kerk. Wat die laatste benaming betreft wordt hier bedoeld de ‘kapel of huiskerk’ die was gevestigd in wat thans Café Neuf is in de Haltestraat.
Onder vuilnis was ook begrepen: groom van vis; haar van geslachte varkens; zaagsel of ander houtafval. Het is niet bekend of het vuil op de genoemde plaatsen van gemeentewege werd opgehaald en naar een vuilnisbelt werd overgebracht. Vanaf welk jaar het vuilnis aan huis werd opgehaald kon ook niet worden achterhaald. Wel maakten burgemeester en wethouders in juli 1902 bekend dat ‘de werklieden der gemeentereiniging alleen verplicht waren om haardas en afval bij de ingezetenen en badgasten op te halen. Voor het afhalen van pakpapier, stro en andere emballage, moest een schriftelijk verzoek aan de gemeenteopzichter worden gericht en dan gebeurde dit ophalen vanwege de gemeentereiniging ’s avonds na zes uur. Voor deze buitengewone werkzaamheden van de werklieden moest ƒ 0,40 voor een wagen en ƒ 0,20 voor een kruiwagen worden betaald.
In 1904 wordt door een raadslid gevraagd of een bepaalde weg naar het duin, waaraan enkele visdrogerijen lagen, kon worden verhard, waarop de voorzitter hem antwoordde dat, zolang de gemeente nog geen vuilniswagen met paard had, dat bezwaarlijk met een handwagen kon geschieden. In januari 1907 wordt door burgemeester en wethouders door middel van een officiële kennisgeving aan de burgerij verzocht aan allen die wensen mede te dingen aan het beschikbaar stellen van een paard, met bijbehorend tuig enzovoorts, benevens een schelpenkar en een voerman (werkman) ten dienste van de gemeentereiniging, gedurende het jaar1907, daarvan prijsopgave te doen.
Vernietiging van het vuilnis geschiedde door verbranding in de open lucht, op een steeds groter groeiende berg vuilnis, waar het vuur smeulende werd gehouden, de walm en de rioollucht bij noordoostelijke wind over het dorp dreef en de ratten welig tierden!
