Het hotel “Grand Hotel Wüst” was ontworpen door de Belgische architect J.A. van Noppen in opdracht van de N.V. Zandvoortsche Hotel -en Terreinmaatschappij. De aannemers kwamen ook uit België, dit waren Charles van Ooren en Louis Marens. In 1906 werd de heer Carl Wüst de nieuwe eigenaarexploitant. Daarvoor had hr. Wüst het Badhotel in Wijk aan Zee geleid. Het hotel was gesitueerd op het noordelijkste punt van de Boulevard Barnaart van voor de oorlog, op nummer 5. Het werd in 1899 opgeleverd en begon aan een periode van pracht en praal, grandeur en hoog adellijke bezoeken uit de Duitse deelstaten. Het hotel was geopend van 1 mei tot 1 oktober, slechts 5 maanden dus. Achter het hotel was een stal aangelegd waar plaats was voor 16 paarden en 18 rijtuigen, speciaal voor de gasten die met equipage naar het hotel kwamen. Kort na de opening werd er aan de zuidkant een tennisbaan aangelegd die aan alle gestelde eisen voldeed. Achter het hotel lag een aantal jaren een z.g. “Montagne Russe”, een achtbaan van 140 meter lengte. Op 3 juli 1900 kwamen de Prins en Prinses Heinrich van Waldeck en Pyrmont met gevolg aan in het hotel. Het Haarlems muziekkorps gaf regelmatig muziekuitvoeringen op het zonovergoten terras. In 1904 was Zijne Eminentie Theodor Baron von Flotow, Koninklijk Pruisisch Kamerheer en Chef van het huis van Zijne Hoogheid Prins Frederik Karel van Hessen met zijn vrouw te gast in het Grand Hotel. Vanuit de Nederlands Hervormde Gemeente liet men Duitse kerkelijken overkomen om godsdienstoefeningen in de Duitse taal te geven. Pastoor Fr. de le Roi uit Warmeis-Kirchen was bijvoorbeeld een bekende Duitse pastoor die in het Grand Hotel regelmatig de ochtendmis leidde voor de vele Duitse gasten die in het hotel verbleven. Op het strand voor het hotel was de gelegenheid een bad te nemen in zee. Dit gebeurde middels een badkoets en met een badjuffrouw want het was absoluut uit den boze op eigen gelegenheid te gaan. In 1921 kwam de leiding in handen van de heer A.J. van der Made die het hotel grondig gerenoveerd had en de bedrijfsleider was de heer Kruseman. De naam van het hotel werd weer Grand Hotel (zonder Wüst). In de keuken zwaaide de beroemde heer Bach de scepter. Zijn kookkunst had reeds vele prijzen behaald en de Duitse vorsten roemden zijn eten. Hieronder waren de vorsten van Schaumburg-Lippe, de Hohenzollerns, graaf Zeppelin en de vorst van Lippe-Detmold. Weer enige jaren later, in 1925, kwam het hotel onder leiding van de heren Hardenberg en Teitsma, uitbaters van een aantal restaurants in Rotterdam. Deze twee heren moesten de roem en faam van vroeger terugbrengen naar het ‘reusachtige en mooie hotel.’ De nieuwe eigenaren wilden er een echt familiehotel van maken maar het hotel herbergde nog wel de koninklijke vertrekken. Voor de autobezitter was er een stallingterrein en bij de Automobiel-Exploitatie Maatschappij onder directie van de Amsterdamsche Rijtuig Maatschappij uit de Gabriel Metsustraat, kon men een auto huren. Binnenin het in 1925 gerenoveerde hotel hingen als wandversiering grote schilderijen van stoomschepen in de bedrijvige haven van Rotterdam van de havenschilder Van Dort. De eetzaal was ingericht met mooi tafelzilver en kristallen glazen en de keuken stond onder leiding van chef Van der Wal. Er was een eigen orkest in het hotel dat onder leiding stond van de heer Tromp. Maar, na 40 jaar kwam toch aardig de klad in het hotel, mede door de slechte economische omstandigheden in die tijd. Het gebouw toonde zichtbaar de sporen van vergane glorie. Er was geen rendabele exploitatie meer mee te maken. Tijdens de Tweede Wereldoorlog viel het gebouw ten prooi aan de slopershamer die in opdracht van de Duitse bezetter in het gebouw werd gezet. (© Cor Draijer).

