Hugo de Grootstraat (tot 1967)
Was een verbindingsweg van de Brederodestraat naar de Boulevard Paulus Loot.
De samenvloeiing van diverse straten op het verkeersplein bij de Sterflat aan de Brederodestraat vond men in 1967 kennelijk zo verwarrend dat naar een andere oplossing is gezocht. Besloten is toen om het nog niet zolang daarvoor
benoemde Groen van Prinstererplein met de daaraan grenzende Hugo de Grootstraat en het gedeelte van de Brederodestraat dat dwars door het plein liep, samen te voegen tot één plein en daaraan de naam Ir. G. Friedhoffplein te geven, waardoor de naam van de architect van het naoorlogse wederopbouwplan blijvend aan Zandvoort werd verbonden.
Hugo of Huigh de Groot (of verlatijnst: Hugo Grotius) werd geboren te Delft op 10 april 1583 als telg uit een patriciërsgeslacht. Op zijn elfde jaar ging Grotius studeren aan de universiteit van Leiden. In 1598 bezocht hij Frankrijk als lid van een gezantschap naar koning Hendrik IV onder leiding van Van Oldenbarnevelt; op 5 mei ontving hij van de universiteit van Orléans een doctoraat in het civiele recht. Na zijn terugkeer vestigde Grotius zich, zestien jaar oud, als advocaat in Den Haag (1599-1607). Van 1607 tot 1614 was hij advocaat-fiscaal (openbaar aanklager) bij het Hof van Holland en de Hoge Raad. In 1608 trouwde hij met de Zeeuwse regentendochter Maria van Reigersberch (1589-1653), die hem drie zoons en een dochter schonk. In 1613 werd hij benoemd tot pensionaris van Rotterdam; in deze positie nam hij dikwijls deel aan de vergaderingen van de Staten van Holland. In 1618 werd hij als politiek voorman van de Remonstranten, gevangengezet op het Slot Loevestein, maar wist daar in 1621 uit te ontsnappen, verborgen in een boekenkist. In 1635 Zweeds gezant te Parijs. In 1645 weer terug in Holland en in datzelfde jaar gestorven in Rostock (Dld.). Zijn praalgraf bevindt zich in de Nieuwe Kerk te Delft. Hugo de Groot wordt beschouwd als de grondlegger van het Volkenrecht en het Algemeen Staatsrecht.

