Stationsplein
Dit is de naam van het voor het huidige spoorstation liggende grote plein.
Het Stationsplein wordt aan de oostzijde gedomineerd door het NS-station dat op 1 april l909 officieel in gebruik werd genomen.
Dit station was gebouwd ter vervanging van het eerste, dat in een laagte voor de vroegere Passage lag. Een monumentale stenen trap voerde vanaf dat station naar de oostelijke ingang van de Passage. Deze Passage stond op het grondstuk waar nu de Van Lennepweg overloopt in de Burgemeester van Alphenstraat.
Het plein voor het nieuwe station is ontstaan door het opvullen van de natuurlijke laagte waarin het station is gebouwd. De benodigde grond daarvoor werd grotendeels verkregen door het afgraven en egaliseren van de duinen ten noorden van het station.
Hoewel er geen raadsbesluit van bekend is, lag het voor de hand dat de naam van het plein Stationsplein zou zijn. De naam zal wel in overleg met de spoorwegdirectie zijn bepaald, want het gehele plein, met uitzondering van de rijweg en het trottoir langs de westelijke bebouwing, was toen en is ook thans nog eigendom van de NV Nederlandse Spoorwegen.
Het station is gebouwd naar een eigen ontwerp van de voormalige Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij (H.IJ.S.M.), die in 1938 is opgegaan in de NV Nederlandsche Spoorwegen.
De bouw geschiedde onder leiding van de toenmalige H.IJ.S.M-ingenieur L.C. Westhoff, die ook de leiding heeft gehad bij de bouw van het Haarlemse Station. Met het front naar zee gekeerd maakt het ruim 70 meter lange en 14 meter brede hoofdgebouw een markante indruk. De gevel waarvan de bouw niet tot een bepaalde stijl is terug te voeren, is opgetrokken uit baksteen en wordt gedekt door verglaasde rode pannen waardoor het geheel met zijn imposante hoektoren met klokken toch een bepaalde allure heeft. Drie dubbele deuren geven toegang tot de hal. In de gevel daarboven zijn negen vensterruiten van gebrand glas aangebracht, waarvan er acht met wapens van provincies zijn versierd. Het middelste laat het wapen van Zandvoort zien. Dit laatste motief is ook in verglaasde baksteen uitgevoerd boven de ingang van de voormalige dienstwoning. Boven diezelfde ingang zijn eveneens in verglaasde baksteen het wapen van Holland en een locomotieffiguur verwerkt. In de hal van het station ziet men vier gebeeldhouwde koppen, die de met visserschepen en andere figuren kleurig beschilderde kap schragen. Deze koppen, gebeeldhouwd door C. Veldheer te Haarlem, stellen badgasten voor (heer en dame) en een vissersman en een vissersvrouw.
In de jaren na de Tweede Wereldoorlog is veel van de oorspronkelijke indeling van het gebouw gewijzigd. In het kader van reorganisatie en bezuiniging hebben ruimten zoals de drie wachtkamers, het bagagelokaal en het dienstlokaal met de loketten voor de plaatskaartenverkoop, een andere bestemming gekregen en ook de ruim 120 meter lange perronoverkapping bestaat niet meer.


