Nadat op 20-05-1952 de nieuwe watertoren officieel door dr. J.E. Baron de Vos van Steenwijk, commissaris der Koningin in de provincie Noord-Holland, in gebruik werd gesteld, besloot de raad in november 1952 de naam Torenstraat te geven aan de smalle doorgang tussen de Westerparkstraat en de Marisstraat, direct ten zuiden van de toren.
In februari 1949 besliste de gemeenteraad van Zandvoort tot de bouw van een watertoren ter vervanging van de oude watertoren, die op last van de Duitse bezetter op 17 september 1943 was opgeblazen.
De nieuwe toren is een ontwerp van ir. J. Zietsma en gebouwd door Philips Bouwbedrijf. Het aanvankelijk in de toren geplande restaurant/café kwam te vervallen, omdat de stichtingskosten en het financiële risico daardoor hoger zouden worden. De toren moest wel tevens uitzichttoren worden. Mocht de belangstelling voor het uitzichtgedeelte groot zijn, dan kon de trap alsnog op eenvoudige wijze door een lift vervangen worden. Een daartoe noodzakelijke liftschacht zou al direct in de bouw worden opgenomen. Enige jaren na de opening is die lift er ook daadwerkelijk gekomen.
In de toren zijn twee bassins opgenomen met een gezamenlijke inhoud van 950 m3. De toren is 44 meter hoog en is gebouwd op een terrein dat 16 meter boven Amsterdams Peil ligt. Voor de bouw en samenhangende werken was door de gemeenteraad een krediet van ƒ 435.000,– beschikbaar gesteld. Met de bouw werd in april 1950 begonnen, in juli 1951 werden de bassins in gebruik genomen en op 1 januari 1952 was de toren geheel gereed. De toren heeft tot het einde van de jaren 1990 als watertoren dienstgedaan, is toen buiten gebruik gesteld en in particuliere handen overgegaan.
Door de vele foto’s en prentbriefkaarten die er in de loop van de jaren van Zandvoort zijn gemaakt en bewaard gebleven, is er een goede vergelijking te maken van de skyline van Zandvoort vóór 1943 en nu. Opvallend is dat in beide perioden het beeld in hoge mate wordt beheerst door een watertoren.
De oude watertoren stond niet op de plaats waar de huidige toren staat, maar ongeveer 300 meter noordelijker, op een punt dat nu onderdeel is van het De Favaugeplein. Een daar aanwezige gedenkplaat herinnert daaraan.
Het voorstel van burgemeester en wethouders om ten dienste van de waterleiding in Zandvoort een watertoren met uitzichttoren te bouwen, kwam voor het eerst in de gemeenteraad in behandeling in 1912. Kosten: ongeveer ƒ 45.000,–. Ofschoon er bij de raadsleden bedenkingen werden uitgesproken tegen de meerkosten (ƒ 15.000,–) om de toren ook geschikt te maken als uitzichttoren, wist het college het voorstel goed te verdedigen. Uiteindelijk ging de raad in meerderheid met het voorstel akkoord. De toren was een ontwerp van ir. Van Poelgeest en is gebouwd door de Hollandsche Maatschappij tot het maken van werken in gewapend beton te ’s-Gravenhage. De toren was 40 meter hoog en stond boven op de zeereep. Hij had een capaciteit voor waterberging van 275 m3. Na een bouwperiode van 200 dagen vond op 25 juli 1913 de officiële opening plaats. In zijn openingsrede sprak toenmalig burgemeester Beeckman van ‘een prachtig monument, dat allerwege bewondering wekt en de ontwerper en uitvoerders tot ere strekt’.
De kring van Zandvoorters die deze oude watertoren nog met eigen ogen hebben gezien, zijn trappen hebben beklommen en van het uitzicht hebben genoten, is nog maar klein. Maar dat vele jaren op de verjaardag van Koningin Wilhelmina (31 augustus) ’s morgens vanaf de trans van de toren de Zandvoortse Muziekkapel vaderlandse liederen over het dorp liet schallen, zullen de ouderen onder hen zich zeker nog wel herinneren.

